Kreta is het grootste Griekse eiland en tegelijk het meest complete: strandvakantie, bergen, oude Minoïsche cultuur en stevige eetkeuken op één plek. Het is groot genoeg om er twee weken door te brengen zonder je te vervelen, en toegankelijk genoeg voor een gewone zonvakantie met kinderen.
Het eiland valt grofweg uiteen in vier regio's rond de steden Chania, Rethymnon, Heraklion en Agios Nikolaos. Chania in het westen heeft een van de mooiste Venetiaanse havens van de Middellandse Zee en ligt dicht bij de beroemde stranden Elafonisi en Balos, met hun ondiepe, lichtblauwe lagunes. Heraklion in het midden is de hoofdstad en de plek waar je landt; vlakbij ligt het Minoïsche paleis van Knossos, de bekendste archeologische site van het eiland.
Wie meer wil dan strand, vindt op Kreta ruim voldoende. De Samariá-kloof is met zo'n zestien kilometer een van de langste wandelkloven van Europa en een klassieke dagtrip voor wie een beetje kan stappen. Het zuiden van het eiland is ruiger en rustiger, met kleine baaien die je soms alleen te voet of per boot bereikt. Het binnenland telt bergdorpen waar de tijd lijkt stil te staan en waar de Kretenzische keuken op z'n best is.
Die keuken is trouwens een reden op zich. Kreta staat bekend om zijn olijfolie, verse groenten, lamsvlees, kaas en de lokale raki. De 'Kretenzische' variant van het mediterrane dieet wordt vaak genoemd als een van de gezondste ter wereld, en dat proef je in de eenvoudige taverna's ver van de toeristische boulevards.
Voor een gewone strandvakantie boek je meestal het voordeligst via een all-inclusive pakket rond Chersonissos, Stalis of Rethymnon. Wil je het eiland echt zien, huur dan een auto: de afstanden zijn groot en het openbaar vervoer dekt lang niet alles. Combineer gerust een week strand met een paar dagen rondtrekken.
