Marrakech is de meest tot de verbeelding sprekende stad van Marokko: een ommuurde medina vol soeks, riads en tuinen, met de besneeuwde Atlas als achtergrond. Het is een korte vlucht van bij ons en toch een compleet andere wereld — een citytrip die aanvoelt als een verre reis.
Het kloppende hart is het plein Jemaa el-Fna in de oude medina. Overdag is het een gewoon plein; 's avonds verandert het in een openluchttheater vol eetkraampjes, muzikanten, verhalenvertellers en slangenbezweerders. Rondom slingeren de soeks: overdekte marktstraatjes waar je verdwaalt tussen leerwaren, tapijten, lampen, kruiden en aardewerk. Onderhandelen hoort erbij en is een spel op zich.
Naast het gewriemel heeft Marrakech ook zijn rustige, verfijnde kant. De Bahia- en Badi-paleizen, de Ben Youssef-madrassa en de Koutoubia-moskee tonen de rijkdom van de Marokkaanse bouwkunst. De Jardin Majorelle, ooit van modeontwerper Yves Saint Laurent, is een oase van kobaltblauw en exotische planten. Veel bezoekers logeren in een riad, een traditioneel stadshuis met een binnentuin en dakterras — een ervaring die de reis mee maakt.
Marrakech is ook een prima uitvalsbasis. Op een dagtocht bereik je de Atlas met zijn berbergehuchten en de Ourika-vallei, of rijd je naar de rand van de woestijn. Wie meer tijd heeft, kan doorreizen naar de kust bij Essaouira. Voor een verlengd weekend blijft de stad zelf echter meer dan genoeg te bieden.
Praktisch is Marrakech het hele jaar bereikbaar met een vlucht van ongeveer drieënhalf uur. De zomer is snikheet, dus voor een citytrip kies je beter het voor- of najaar. Reken op wat wennen aan het tempo en de drukte van de medina; wie zich daaraan overgeeft, krijgt er een van de meest intense stadservaringen binnen bereik voor terug.